In de zomer van 1515, op 21 juli, zag Philippus Neri het levenslicht in Florence, een machtige stad vol kunst en handel, maar ook vol innerlijke onrust. Hij was de zoon van Francesco, een notaris die worstelde met geldzaken en droomde van alchemie, en Lucrezia, een vrome vrouw die al vroeg overleed. Philippus groeide op met twee zussen en een broer, maar de dood eiste zijn broertje’s leven, wat hem al jong leerde hoe het leven broos is. Als kind was hij bekend als Pippo buono, ‘die goede Pippo’, omdat hij met een natuurlijke vriendelijkheid en een lach de harten van mensen raakte. Hij speelde niet alleen, maar deelde zijn speelgoed met armen en bad vaak met zijn zus thuis. Hij werd onderricht in het geloof en in de vroomheid door de Dominicanen van San Marco.
Rome, stad vol tegenstellingen
Zijn vader stuurde hem op 16-jarige leeftijd naar San Germano om bij een welvarende oom in de handel te gaan. Daar kon hij rijkdom vergaren, maar Philippus voelde een innerlijke onrust die sterker was dan de zekerheid die geld kan geven. In de stilte van de bergen, nabij de abdij van Monte Cassino, groeide zijn verlangen naar God en naar leven aan God toegewijd. Hij koos niet voor geld of macht, maar voor een eenvoudig leven van gebed, boete en overgave. Rond 1533 trok hij naar Rome — Philippus was ongeveer 18. In de Eeuwige Stad aangekomen, die toen al vol was van lege kerken, trof hij pracht en zonde overal: het was de tijd van de Renaissance.
Van erfgenaam tot zwerver
Philippus arriveerde zonder bezit, leefde bijna als een lekenheremiet in een klein kamertje in een huis waar hij tutor was van twee jongens. Later zou de ene priester worden en de andere kartuizer. In die tijde voedde Philippus zich met enkel brood en olijven en studeerde hij filosofie en theologie aan de Sapienza-universiteit. Zijn doel was niet om geleerd te worden, maar om zijn hart te voeden met waarheid. Hij hield het echter niet lang vol en besloot terug te gaan naar zijn eenvoud: hij verkocht al zijn boeken en legde zich toe op het bidden en het praten met mensen om hen bij God te brengen.
Pinksteren te San Sebastiano
In die jaren ontdekte Philippus de kracht van een persoonlijk geloof. Hij bad urenlang in de catacomben van San Sebastiano, waar de eerste christenen hun martelaren begroeven, en daar ontving hij eens de Heilige Geest als een vuurbal die in zijn borst uitbarstte en twee ribben brakken. Vanaf die dag, tot aan zijn sterfdag, klopte zijn hart soms zo hevig dat het zijn kniebank deed trillen.
Geen façade, geen masker
Hij begon zijn dagen met het bezoeken van ziekenhuizen, waar hij de lijdenden waste en troostte, en ’s avonds wandelde hij door de straten om zondaars aan te spreken. Met een grap en een glimlach brak hij door muren van pijn en van trots; hij zei vaak: “Laat ons vrolijk zijn, want de Heer is nabij.” Zijn humor was geen afleiding, maar een deur naar genade, want hij wist dat ware vreugde uit Gods aanwezigheid komt.
De geboorte van het Oratorium
Al voelde hij zich onwaardig, hij is op aandringen van zijn biechtvader tot priester gewijd en begon rond 1545 bijeenkomsten te houden in zijn kamer, waar jonge mannen samen baden, lazen uit de Bijbel of een geestelijk boek en spraken over het geloof en het spiritueel leven. Dit groeide uit tot de ‘Oratorio’, een geestelijke oefening met catechese en muziek in het Italiaans (Oratorio-stijl) die de ziel raakten. Hij moedigde aan tot een leven van zachtmoedige devotie, waar men God vond in het alledaagse, niet alleen in kloosters. Dagelijks vierde hij de H. Mis, en tijdens die heilige momenten trad hij vaak in extase, zwevend boven de grond, zijn gezicht stralend als van een engel. Mensen kwamen van heinde en verre om hem te zien, maar Philippus bleef nederig; hij deed van alles om door de mensen als gek te worden verklaard, en maakte grappen over zichzelf om hoogmoed te vermijden. Hoe meer hij zich verborg, des te meer groter werd de uitstraling van zijn heiligheid én de vrucht van zijn apostolaat.
Een luisterend oor…
Zijn apostolaat bloeide in Rome, dat hij “zijn bruid” noemde. Hij bekeerde prostituees, kardinalen, mensen van de adel, en armen door eenvoudige woorden en daden van liefde. Eens wekte hij een jonge prins uit de dood om zijn biecht af te nemen, en een andere keer voorspelde hij de dood van een vriend, hem voorbereidend op de hemel. Wonderen gebeurden om hem heen: bilocatie, waarbij hij op twee plaatsen tegelijk was, en visioenen van de heilige Maagd Maria — hij leefde op de meest gewone wijze de meest buitengewone werkelijkheden. Maar Philippus bleef zijn hele leven altijd naar Christus verwijzen: “Zonder Hem zijn we niets”.
…een biddend hart
Philippus’ spiritualiteit was doordrongen van een tedere nabijheid tot God. Hij leerde dat heiligheid niet in strenge regels zit, maar in een hart dat zich dagelijks bekeert, groeiend in liefde. Hij moedigde biecht aan als een bron van vernieuwing, en zijn eigen leven was een getuigenis van vreugde te midden van lijden. Ondanks gezondheidsproblemen — hartklachten en koortsen — bleef hij actief tot op hoge leeftijd. Hij woonde in de Chiesa Nuova, waar hij dagelijks de H. Mis vierde en mensen ontving. Zijn kamer was vol boeken, maar zijn wijsheid kwam uit gebed. Hij zei: “Wie goed wil doen, moet een vrolijk hart hebben” en zo stimuleerde hij anderen om Gods goedheid te zien in kleine dingen.
Niet morgen, maar nu
In zijn laatste jaren groeide zijn faam, maar hij bleef kind van God. Pausen als Clemens VIII raadpleegden hem, en kardinalen bogen voor zijn eenvoud. Op 25 mei 1595 vierde hij zijn laatste H. Mis, vol extase, en die nacht, na het zegenen van zijn medebroeders, ging hij het Paradijs in. Hij was tachtig, en Rome rouwde om haar apostel. Zijn lichaam ligt in de Chiesa Nuova. In 1622 verklaarde paus Gregorius XV hem heilig, erkennend hoe hij Rome had vernieuwd door vreugde en genade.
Het leven van Philippus Neri toont ons dat heiligheid toegankelijk is voor iedereen. Hij was geen geleerde reus of strenge asceet, maar een man die God liefhad met een eenvoudig hart. In een wereld vol verwarring vond hij vrede door overgave, en hij nodigt ons uit hetzelfde te doen: lach om je zwakheden, bid met vuur, en dien met vreugde. Zijn verhaal moedigt aan om te groeien in geloof, stapsgewijs, wetend dat Gods liefde ons draagt. Door hem zien we hoe een eenvoudig leven de wereld kan veranderen, vol hoop en licht.








